Welkom, bezoeker! [ Registreer | Inloggenrss  |  tw  |  tw  | 


Vroegcastratie

Vroegcastratie bij kittens

Onder vroegcastratie wordt verstaan het laten castreren of steriliseren van een kitten tussen de zes en zestien weken. De vraag om kittens al op zeer jonge leeftijd te laten neutraliseren komt veelal van fokkers die op die manier willen voorkomen dat een ander in de toekomst met ‘hun’ kat gaat fokken. Uit recent onderzoek (2012) van In Praktijk (het vakblad voor dierenartsen) blijkt dat 85% van de dierenartsen hier geen voorstander van is en een leeftijd tussen de 6 en 9 maanden nog steeds de meest geschikte leeftijd vindt om een kat te laten ‘helpen’.

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde vindt castratie van kittens op zeer jonge leeftijd (6 tot 8 weken) alleen aanvaardbaar als het om zwerf- en asielkatten gaat. Dit in het belang van het terugdringen van het kattenoverschot. Bij ‘gewone’ huiskatten en bij raskatten adviseert de KNMvD om te wachten met neutraliseren tot kittens tussen de vier en zes maanden oud zijn. Enkel wanneer er sprake is van een zwaarwegende en dwingende (veterinaire) reden kan er sprake zijn van neutralisatie voor de leeftijd van vier maanden. Het op jonge leeftijd neutraliseren van raskatten vanwege economische motieven keurt de KNMvD nadrukkelijk af.
Op www.knmvd.nl is een pdf-bestand te downloaden waarin het standpunt van de KNMvD uitgebreid wordt toegelicht.

Overweegt u vroegcastratie of overweegt u om een kitten te kopen bij een fokker die zijn kittens uitsluitend geneutraliseerd (gecastreerd of gesteriliseerd) verkoopt, dan is het belangrijk om u te realiseren dat anesthesie op jonge leeftijd meer risico’s met zich meebrengt. De nieren zijn immers nog niet ontwikkeld terwijl deze organen toch het een en ander aan narcosemiddelen en pijnbestrijding krijgen te verwerken. Voorstanders van vroegcastratie brengen hier tegenin dat jonge kittens sneller herstellen. Daar moet bij worden opgemerkt dat de ervaring van dierenartsen is dat katten die op een leeftijd tussen de 6 en 9 maanden ook erg snel herstellen. Voor oudere katten geldt wel dat zij er meestal langer over doen om te herstellen. Bovendien zijn de effecten op gezondheid en welzijn van vroegcastratie op zowel de korte als de langere termijn nog niet volledig duidelijk. Hopelijk kan onderzoek daar op termijn meer duidelijkheid over geven.

Voor wie nog meer wil weten over vroegcastratie:

Meer onderzoek naar de effecten van vroegcastratie op gezondheid en welzijn van katten

Er is – onder andere in Amerika –onderzoek gedaan naar de effecten van vroegcastratie en er zijn ook al verschillende publicaties over dit onderwerp verschenen. Toch doet de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent op dit moment (2012) ook onderzoek naar het effect van castratie op jonge leeftijd (8 tot 12 weken) op de gezondheid en het welzijn bij katten. De onderzoekers hebben verschillende reden om (aanvullend) onderzoek te doen. Ten eerste omdat op chirurgisch vlak onderzoeken ontbreken over standaardisatie van technieken, gebruikte hechtmaterialen en anesthetische protocollen. Er wordt beschreven dat er geen intraoperatieve complicaties werden waargenomen, maar door het gebrek aan postoperatieve opvolging is het onmogelijk om complicaties op de korte of lange termijn in te schatten. Ook is het aantal katten dat werd onderzocht te beperkt om met zekerheid iets over de complicaties te kunnen zeggen. Daarnaast is het verband tussen vroege castratie en feline lower urinary tract disease (FLUTD) onvoldoende opgehelderd. In een studie is castratie geïdentificeerd als risicofactor voor de latere ontwikkeling van FLUTD, bij zowel katers als poezen. Desondanks kon via radiografie geen verband aangetoond worden tussen gonadectomie op een bepaalde leeftijd (7 weken, 7 maanden of intact) en een afname in de diameter van de urethra of een toename in het voorkomen van FLUTD. Contrastradiografieën zijn echter niet in staat om minieme veranderingen in urethradiameter op te sporen, die echter voldoende zijn om klinische complicaties te veroorzaken. In ons onderzoek willen we daarom nagegaan in welke mate en wanneer de jong gecastreerde katten klachten van de lagere urinewegen ontwikkelen. Ook is de relatie met obesitas in de reeds uitgevoerde onderzoeken onvoldoende opgehelderd. Daarom gaat men in dit onderzoek bij een grote groep katten na in hoeverre castratie op jonge leeftijd het risico op obesitas beïnvloedt.Tot slot zal ook het effect op gedrag worden onderzocht. Er zijn methodologische problemen met gedragsstudies die het effect van een vroegtijdige castratie onderzochten en er ontbreekt objectieve informatie over eventuele welzijnsproblemen. Een belangrijk deel van de socialisatieperiode speelt zich af tussen de 7 en 10 weken. Het is niet uit te sluiten dat een vroegtijdige castratie in deze essentiële levensfase het ontwikkelingsproces beïnvloedt. In de reeds gedane onderzoeken zijn voornamelijk asielkatten onderzocht. Er werden weinig gedragsverschillen aangetoond en bovendien waren deze niet eenduidig en soms ook nog eens beperkt tot één geslacht. In dit onderzoek tracht de universiteit op een objectieve manier aan te tonen of katten nadeel ondervinden van het vroegtijdig verdwijnen van hormonale invloeden op het gedrag en intra- en interspecifieke sociale interacties. Ten aanzien van de gedragsinvloeden zullen de katten 24 maanden worden geobserveerd (in hun eigen leefomgeving).

Aan het onderzoek nemen 800 kittens deel. De kitten zijn onderverdeeld in een testgroep (twee derde van de groep) die op een leeftijd tussen de 8 en 12 weken worden gecastreerd en een controlegroep (één derde) die op de traditionele leeftijd van 6 maanden worden gecastreerd. De eerste onderzoeksresultaten worden in het najaar van 2013 verwacht.

© Deze tekst is afkomstig van Cindy Schwering (www.dierenboekenbestellen.nl). Kittenbazaar.com heeft toestemming van de auteur voor deze publicatie. Er rust copyright op deze tekst. Deze tekst mag dus niet worden overgenomen. Cindy Schwering schrijft daarnaast voor In Praktijk, het vakblad voor dierenartsen.

-->