Welkom, bezoeker! [ Registreer | Inloggenrss  |  tw  |  tw  | 


HCM (Hypertrofische cardiomyopathie) II

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) in het kort

Hypertrofische cardiomyopathie is op dit moment één van de meest voorkomende hartaandoeningen bij katten. HCM is niet te genezen, erfelijk én lastig om in een vroeg stadium vast te stellen. Van HCM is sprake wanneer de spieren van de wand van de linkerkamer van het hart dikker zijn dan normaal (hypertrofie). De wijze waarop deze erfelijke ziekte zich manifesteert, hangt onder andere af van het kattenras. De aandoening kan al zichtbaar zijn rond de leeftijd van zes maanden, maar meestal wordt deze pas zichtbaar tussen de twee tot drie jaar. Op een leeftijd van drie tot vijf jaar wordt de ziekte vaak ernstig. Katers vertonen over het algemeen een ergere vorm van de ziekte dan poezen. De ziekte kan door middel van echocardiografisch onderzoek worden aangetoond. Tijdens dit onderzoek wordt gekeken naar de dikte van de spierwand, de holte van het hart en de bewegingen van de hartkleppen. Daarnaast worden verschillende metingen verricht, zoals de grootte van de lichaamsslagader en de linker boezem. Ook wordt de bloedstroom en stroomsnelheid gemeten. Aan de hand van dit uitgebreide onderzoek kan worden vastgesteld of er sprake is van een hartafwijking, zoals HCM en kan de ernst van de afwijking worden bepaald.

HCM kan niet worden genezen, maar afhankelijk van de symptomen, kan de ziekte met de juiste behandeling wel worden geremd.

Mogelijke verschijnselen/symptomen van HCM: een toenemende benauwdheid door vocht in de borstholte, slechte eetlust, vermoeidheid, versnelde ademhaling en plotselinge verlammingsverschijnselen aan de poten (door een stolsel in de grote bloedvaten).

HCM kan niet worden genezen, maar afhankelijk van de symptomen, kan de ziekte wel worden geremd. Het is van groot belang om bij katten met HCM overgewicht te voorkomen, omdat overgewicht een extra beroep doet op de pompfunctie van het hart.

HCM komt zowel bij raskatten als bij rasloze katten voor.

Hoe vaak onderzoek/testen?

Vroeger werd geadviseerd om een dier op de leeftijd van één jaar te laten onderzoeken, waarbij een voorlopige uitslag kon worden gegeven en dit bij katers nog één keer te herhalen als ze twee jaar oud waren en bij poezen op de leeftijd van drie jaar. Daarna opnieuw testen was onnodig, dacht men toen. Dat is inmiddels achterhaald. Mogelijk laat een kat jarenlang geen afwijkingen zien die op HCM duiden, maar is het bij een echografisch onderzoek op zijn achtste of negende levensjaar ineens toch mis. En dat HCM pas na het tweede levensjaar met zekerheid vast te stellen is, is ook niet meer zo. Het ontwikkelen van een verdikking van de hartspier kost wel tijd, maar dankzij verbeterde apparatuur en kennis kan dit tegenwoordig soms al op een leeftijd van 12 maanden worden vastgesteld. Veel specialisten en dierenartsen adviseren nu: vlak voordat er voor de eerste keer met een dier wordt gefokt een echografisch onderzoek laten doen, vervolgens het echografisch onderzoek bij katers om het jaar en poezen om de twee jaar herhalen.

© Deze tekst is afkomstig van Cindy Schwering (www.dierenboekenbestellen.nl). Kittenbazaar.com heeft toestemming van de auteur voor deze publicatie. Er rust copyright op deze tekst. Deze tekst mag dus niet worden overgenomen. Cindy Schwering schrijft daarnaast voor In Praktijk, het vakblad voor dierenartsen.

-->