Welkom, bezoeker! [ Registreer | Inloggenrss  |  tw  |  tw  | 


Abessijn

De Abessijn

Oorsprong

India, Sri Lanka, Zuid-Oost Azië. Via de handelsroutes over land en zee hebben deze dieren met de zo kenmerkende getickte vacht zich over de wereld verspreid. Engelse fokkers hebben deze dieren uiteindelijk – na ze eerder andere rasnamen gegeven te hebben als British Ticks en Bunny Cats – de Abessijn gedoopt omdat een Britse legerofficier zo’n kat had meegebracht na zijn stationering in Abessinië, het huidige Ethiopië. Helaas staat nergens beschreven dat deze officier mogelijk eerder in India gestationeerd kan zijn geweest. Wel werd de Abessijn al in 1874 in een boek beschreven. De Abessijn is dan ook een van de oudste raskatten.

Algemene kenmerken

De Abessijn wekt de indruk dat zij onder natuurlijke omstandigheden, het leven in de jungle of bij de zilvers het leven op de toendra’s, in staat zijn hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen. Ze zijn middelgroot, gemiddeld slank, soepel en gespierd met een gemiddeld gewicht voor ongecastreerde poezen van ca. 3 kilo, katers 4,5 kilo. Na castratie komt er vaak wel een pondje bij.

Hun kopje mag geen vlakke kanten hebben maar moet juist zachte en gracieuze contouren vertonen. Hun grote amandelvormige ogen mogen zowel donker barnsteenkleurig, als geel of groen van kleur zijn, mits ze maar stralend en uitdrukkingsvol zijn. Bij de Abessijn ziet men graag een zo kort mogelijke vlak aanliggende vacht terwijl bij de volwassen Somali, de langharige Abessijn dus, juist een volle zeer zacht (zijdeachtig) aanvoelende vacht van een gemiddelde lengte met voldoende broek en kraag de voorkeur verdient. De zo voor dit ras kenmerkende ticking bestaat bij voorkeur uit twee of drie gekleurde bandjes met een donkere top op iedere haar.

Al in de oudste rasstandaard van de Abessijn werd naast de wildkleur de zilver Abessijn beschreven. Deze standaard dateert van 1889 en is van de hand van de grote kattenkenner Harrison Weir. Opvallend is dat de beschrijving van dit ras in al die jaren niet echt veranderd is. Natuurlijk is het uiterlijk van dit ras in de loop van de jaren veranderd maar de verandering is niet zo in het oog springend als die bij andere rassen. Hét kenmerk van de Abessijn is altijd geweest dat het een ras van het gemiddelde moest zijn en dat remt wellicht al te grote veranderingen.

Na de tweede wereldoorlog was het bestand raszuivere Abessijnen bijzonder klein en om die reden werden ook dieren die er Abessijns uitzagen maar mogelijk een niet-Abessijnse ouder hadden toch voor de fok ingezet. Dit leverde na een aantal generaties een niet voor iedereen even aangename verrassing op – wereldwijd werden opeens zwarte kittens in de nestjes geboren. Deze halflangharige neefjes en nichtjes hebben later de rasnaam Somali, naar het buurland van Abessinië, Somalië, gekregen.

De eerste kleurslagen waren dus de wildkleur en de zwartzilver, ook de blauwe Abessijn werd medio 1890 gesignaleerd. In de jaren zestig van de vorige eeuw werden er opeens kaneelkleurige kittens geboren. In eerste instantie werden zij aangezien voor genetisch rode maar omdat de genetica van deze kleurslag totaal anders was van die van de genetisch roden ontdekte men dat het hier ging om een lichtere variant van het recessieve gen voor bruin (chocolate). Bij de meeste rassen wordt deze variëteit cinnamon genoemd maar bij de Abessijn is de term sorrel meer gangbaar, al worden de sorreltjes heel vaak gewoon rood genoemd. Het sorrel is vaak, door de exclusief voor de Abessijn zo warme ondervacht, roder van kleur dan het echte rood bij de andere rassen. Na de erkenning van de sorrels volgde in de jaren tachtig de erkenning voor de zilverslagen. De aan het begin van de twintigste eeuw uitgestorven zilver werd weer teruggefokt en deze variëteit kreeg in 1984 gelijk met de Somali hun erkenning.

  • Bij de FIFe zijn er acht erkende kleurslagen:
  • wildkleur (zwarte ticking op een abrikooskleurige ondervacht);
  • sorrel (kaneelkleurige ticking op een abrikooskleurige ondervacht);
  • blauw (grijze ticking op een havermoutkleurige ondervacht);
  • fawn (de verdunningsfactor die de kleur blauw geeft, geeft samen met de genen voor sorrel de kleurslag fawn; donkercrème ticking op een licht beige ondervacht);

Deze vier tickingkleuren bestaan ook bij de zilvers en heten dan resp. zwartzilver, sorrelzilver, blauwzilver en fawnzilver. Bij andere organisaties zijn nog meer kleuren erkend, van chocolate tot tortie met zilver.

KARAKTER

Van dit ras wordt wel gezegd: geef een Abessijn een onsje liefde en je krijgt een kilo terug. Hét meest geliefde kenmerk van deze prachtige dieren is voor de kenners niet hun tot de verbeelding sprekende prachtige uiterlijk met die diepe warme kleur maar vooral hun rijke innerlijk. Door hun intelligentie en sociale mogelijkheden zijn ze in staat tot een relatie met een indrukwekkende diepgang met hun mensen. Ze tonen hun aanhankelijkheid vaak ook nog op een aangenaam bescheiden manier. Maar deze vorm van aanhankelijkheid kunnen ze alleen ontwikkelen wanneer ze daartoe de kans krijgen. Ze moeten wel in hun jeugd liefdevol worden grootgebracht en zorgvuldig worden gesocialiseerd. Kittens die al dan niet in kooien in een kamertje apart opgroeien zullen de achterstand in hun emotionele intelligentie nooit meer kunnen inhalen. Vanuit hun intelligentie, nieuwsgierigheid en sociale behoeftes is een Abessijn een levendig dier dat vereenzaamt wanneer hij teveel alleen is. De stelling: één kat is geen kat, gaat zeker voor dit ras op. Ze willen zich graag overal, vooral de huishouding en klussen hebben hun interesse, mee bemoeien, overal mee spelen en dit ook nog eens tot op hoge leeftijd.

VERZORGING

Voor iedere kat is het prettig dat een overmaat aan losse haren wordt verwijderd. Al die haarballen in de maag van de kat zijn zo aangenaam niet. Echt klitgevoelig is de Abessijn als korthaarkat niet maar iedere kat, dus ook de huiskat, die zijn gezondheid door ziekte of hoge leeftijd verliest, kan daardoor wel gevoeliger worden voor klitvorming. Door dan wat vaker te kammen en evt. het gebruik van rijstzetmeel kan de vacht in een goede conditie gehouden worden.

FOUTEN

In de rasstandaard staat een aantal fouten waarvan het verstandig is dat fokkers niet met dieren fokken die deze fouten vertonen. Dat kan variëren van een staartfoutje, een wit vlekje op de buik of borst tot strepen op de poten. Belangrijker zijn de preventieve DNA-testen op gezondheidsgebied. Ieder ras heeft zijn eigen problemen en mogelijkheden om nare kwalen tegen te gaan en dit ras heeft het geluk dat de DNA-testen waterdicht zijn waardoor het onnodig zo’n kwaal krijgen, voorkomen kan worden mits de fokker serieus test. Laat u voorlichten door de rasclubs zodat u weet of uw a.s. kitten de beste kansen voor een lang, gezond en gelukkig leven van zijn fokker meekrijgt.

Tekst door Suzan Meijer-Miedema van Cattery Silfescian (www.silfescian-cats.nl).

Cattery Silfescian © 2012 | Niets uit deze publicatie mag zonder nadrukkelijke toestemming van de auteur vermenigvuldigd worden.

 

-->